Veel zuidelijker dan nu zullen we niet komen. Hoeft ook niet, want het is hier warm, zonnig en heel gemoedelijk. We zijn aangekomen in het zuidelijkste puntje van deze reis. Het eerste eindpunt was het plaatsje Corpus Christi, speciaal uitgezocht vanwege de mooie naam. Het was ooit een belangrijke havenplaats maar na een onfortuinlijke storm (en daar hebben ze er aan deze kust meer dan genoeg van) werd deze functie overgenomen door Houston. Dat ligt veel verder landinwaarts en er moest dus eerst een kanaal gegraven worden. Corpus Christi is nu een typisch badplaatsje geworden met een paar pieren waar je kunt vissen, enkele restaurants en een aantal hoogbouw kantoren van de Bank of America. Aan de zuidkant ligt een heus vliegdekschip afgemeerd, een aquarium en een heel fraai zandstrand en dan hebben we alle bezienswaardigheden van Corpus wel zo’n beetje gehad. Veel mooier om te zien is de langgerekte groep eilanden vlak voor de kust.
Padre Island.
Na onze eerste nacht in Corpus Christi kregen we te horen dat het mogelijk moest zijn om op het strand van Padre Island te rijden en te kamperen. Dat hebben we dus direct geprobeerd en inderdaad aan de zuidkant van Padre Island ligt een nationaal park: Padre Island National Seashore. Daar kun je over een lengte van 60 mijl met je auto (4×4) lekker over heen rijden langs de woest kolkende zee. De eerste 5 mijl zijn ook toegankelijk voor “gewone “ auto’s en daar mag je dus gewoon met je campertje naar toe rijden en kamperen. Eerst inkopen doen, schoon watertank vullen, vuil watertank legen en op pad! Wat een feest. Kilometers leeg strand waarbij de dichtstbijzijnde mede kampeerders ongeveer 800 meter verderop staan.
Vliegeren.
Om de tijd een beetje zinvol te besteden hebben we een vlieger gekocht. De wind was echter nogal stevig dus we moesten uiteindelijk als contragewichtje voor onze vlieger de theeketel aan de staart binden om enige controle te houden over de capriolen. Deze aanblik bleek echter voor onze mede strandbezoekers ook niet normaal dus we zijn enkele keren vereeuwigd door verbaasde Amerikanen. Ook hebben we natuurlijk schelpjes gezocht en allerlei “vreemde” aangespoelde voorwerpen op het strand gevonden. In totaal zijn we drie dagen op dat strand gebleven en we hebben genoten van ons korte leventje als Robinson en Vrijdag !
Nog twee weken.
Verbazingwekkend hoe snel de tijd gaat. We hebben nog twee weken te gaan en zullen nog iets verder langs de kust reizen voor dat we richting Houston gaan. Het weer is op dit moment prachtig met veel zon en strak blauwe luchten. Wij vinden dat helemaal niet erg, maar de Texanen klagen steen en been omdat het feitelijk veel te droog is. Iedereen zit hier met smart te wachten op de noodzakelijke regen. Het is inderdaad erg droog en dor. De weilanden zijn bruin en dor en er wordt gevreesd voor het vee en de aankomende verbouw van gewassen. De weersvoorspelling is nog steeds in ons voordeel, maar we voelen wel mee met de boeren in deze streken.
Arm.
Het is moeilijk uit te leggen maar de bijzonder vriendelijke Texanen en andere Amerikanen in de streken waar we door heen rijden zijn in feite heel arm. Je kunt je nauwelijks voorstellen hoe armoedig de huizen, wijken, dorpjes er bij liggen. De infrastructuur is volkomen verouderd, kuilen, gaten, rommel en troep zijn gemeengoed. Slechts sporadisch en dan ook zeer afgeschermd ziet de boel er beter uit. Soms ligt er slecht 100 meter tussen absolute armoede en wanstaltige rijkdom. Dit land heeft absoluut een heel groot probleem. We hebben overwogen om een serie foto’s te maken om dit beeld aan jullie door te geven, maar we zien er vanaf. Het is TE genant en het zou wellicht ook onrecht doen aan de bijzondere vriendelijkheid en voorkomendheid van door ons gesproken Texanen. We maken slechts een uitzondering voor het winkelpersoneel in supermarkten. Dat kun je nauwelijks Texanen noemen.
Liefs,
Maarten en Jet.


